Meriant

Margriet interviewt verpleegkundige Jacqueline Upperman over coronazorg

Tijdschrift Margriet interviewde onze verpleegkundige Jacqueline Upperman over hoe het werken tijdens de 'eerste golf' in het coronacentrum Friesland voor haar was. Spannend, soms hartverscheurend en het betekende keihard werken. Maar ze voelde: hier ben ik voor gemaakt. Bron: Margriet. Tekst: Marte van Santen. Fotografie: Iris Planting. Visagie: Nicolette Brøndsted.

‘De eerste dagen dacht ik: is dit het nou? En toen liep het vanaf de tweede week ineens storm.’

"Het begon eind februari met een telefoontje van mijn manager. Of ik aan de slag wilde in het 'coronacentrum': een leegstaande afdeling van een verpleeghuis in Heerenveen, dat werd omgebouwd tot een ziekenhuisafdeling voor coronapatiënten. 'Je mag er even over nadenken hoor', zei hij. Dat hoefde niet; ik wist meteen dat ik dit wilde doen. Ik werk mijn hele leven al in de zorg, maar pas de laatste drie jaar als verpleegkundige. Het leek me ontzettend interessant en leerzaam om in de crisiszorg aan de slag te gaan. 

In minder dan geen tijd werd er een toegewijd team samengesteld van onder meer artsen, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten. Deels medewerkers van onze eigen organisatie, deels professionals van buiten. Die kwamen onder andere via uitzendbureaus en zelfs vanuit het leger. Samen met allerlei ondersteunende diensten stampten we in een paar dagen het coronacentrum uit de grond. Dat had drie zones: rood, oranje en groen. Rood was uiteraard de afdeling voor de besmettelijke patiënten, met 25 bedden. Groen was 'schoon', oranje de overgangszone.

De eerste dagen druppelde er een paar patiënten binnen. Is dit het nou?, dacht ik. En toen liep het vanaf de tweede week ineens storm. Soms hadden we wel vier opnames per dag. Dan moesten we echt alle zeilen bijzetten. Artsen en verpleegkundigen werkten vaak continu diensten, dagen achter elkaar. Hoe vreemd het ook klinkt, eigenlijk vond ik dat best fijn. Als zorgverleners zijn we niet opgeleid om aan de zijlijn te staan, maar om onze handen uit de mouwen te steken. Het gaf veel voldoening dat dat toen eindelijk kon.

Ondanks dat we elkaar allemaal pas net kenden, draaide ons team al snel als een geoliede machine. Zo bijzonder! Vermoedelijk maak je zoiets maar eens in je leven mee. In een crisissituatie word je echt op elkaar teruggeworpen en moet je elkaar 100 procent kunnen vertrouwen. Dat creëert een heel hechte band."

Zelfvertrouwen
"In mijn dagelijkse baan, in een woonzorgcentrum, dien ik onder andere zuurstof, insuline en sondevoeding toe, trek ik steunkousen aan en voer ik blaaskatheterisaties uit. Verder draai ik verpleegkundige diensten, zodat ik bij calamiteiten kan bijspringen. Heel ander werk dan in het coronacentrum, waar ik te maken kreeg met doodzieke mensen, die met een ambulance binnenkwamen. Ze waren zo benauwd, dat ze amper of helemaal niet meer konden lopen. Het merendeel had hoge koorts, erge hoofdpijn en 'brandende' longen.

De eerste patiënten kwamen uit Brabant. Later volgden mensen vanuit onze eigen en andere verpleeghuizen, en vanuit de thuissituatie. Daarnaast namen we COVID-patiënten uit ziekenhuizen op, die van de intensive care mochten, maar nog niet fit genoeg waren om naar huis te gaan. Bij ons konden ze dan revalideren. Vandaar dat er ook een fysiotherapeut, ergotherapeut en diëtist in ons team aanwezig waren. In het begin vond ik het best spannend om zulke intensieve zorg te verlenen. Gelukkig werkten we als verpleegkundigen altijd in duo's. Samen hadden we dan de zorg voor vier à vijf patiënten. Aan het eind van iedere dienst evalueerden we onze patiënten met alle andere collega's. Het was fijn om dan mijn ei kwijt te kunnen. En bijvoorbeeld bij de artsen te kunnen checken of ik goed had gehandeld in een bepaalde situatie. Daardoor groeide mijn zelfvertrouwen snel.

Ik weet dat er op veel plekken in Nederland een tekort was aan beschermingsmiddelen. Tot onze opluchting hebben wij daar weinig last van gehad. Onveilig heb ik me daardoor nooit gevoeld. Overigens was het zwaar om met al die beschermende kleding te werken. Officieel hadden we elke twee uur pauze. Een enorm gedoe, want dan moest je alles uitdoen en jezelf helemaal ontsmetten. De eerste tijd werkte ik daarom vaak wat langer door. Zonder te eten of te drinken, want dat kan natuurlijk niet met een mondmasker op. Ondertussen zweet je je wel kapot in zo'n pak. Daardoor ben ik zelf een keer onderuit gegaan — ik viel letterlijk bijna flauw. Vanaf dat moment ben ik toch maar op tijd pauze gaan nemen."

Ik vind het ook altijd weer indrukwekkend om te zien hoe veerkrachtig mensen zijn.

Erehaag
 "Corona kwam ineens heel dichtbij, toen beide ouders werden opgenomen van een vroegere schoolvriendin waarmee ik in de klas had gezeten. In het begin van de crisis lieten we helemaal geen familie bij besmettelijke patiënten. Tegen de tijd dat zij bij ons kwamen, was dat beleid iets versoepeld en mocht er één familielid — in volledige beschermende kleding — naar binnen. Net zo goed hartverscheurend, want in dit geval betekende het: één van hun twee dochters. Hoe maak je als familie die keus? Uiteindelijk is hun vader helaas overleden. Omdat ze zelf nog ziek was, kon hun moeder niet naar de uitvaart. Zo verdrietig. We hebben toen als personeel besloten haar met bed en al naar buiten te rijden, zodat zij in ieder geval op afstand afscheid kon nemen van de kist. Terwijl wij als medewerkers een erehaag vormden, reed de rouwauto langs haar bed. Het was een van de indrukwekkendste dingen die ik ooit heb meegemaakt.

Er was nog een ander echtpaar dat veel indruk op me heeft gemaakt.  Ook zij kwamen samen bij ons binnen, allebei hartstikke ziek. De vrouw was dementerend, haar man zorgde al jaren voor haar. Maar door COVID ging dat niet meer. “Ik ben nog nooit zo beroerd geweest”, zei hij. Het viel hem emotioneel heel zwaar dat hij de kracht niet meer had om zijn vrouw te helpen. Wonderbaarlijk genoeg hebben ze het allebei overleefd. Maar zijn vrouw moest daarna wel naar een verpleeghuis. Zijn verdriet daarover ging door merg en been. Want ook al hadden ze het virus doorstaan, het betekende voor hem toch een groot verlies. Zijn leven zou nooit meer hetzelfde zijn als vóór corona.

Gelukkig was het niet alleen maar narigheid wat de klok sloeg. We hebben ook veel mooie, blije en hoopgevende momenten meegemaakt. Ik vind het ook altijd weer indrukwekkend om te zien hoe veerkrachtig mensen zijn. Zo was er een dame, die na een ic-opname totaal verzwakt bij ons binnenkwam. Na twee maanden revalideren kon ze onze afdeling zelfstandig lopend verlaten. Op zo'n ervaring kon ik dagen teren. "

Gezicht
"Uiteindelijk heb ik afgelopen voorjaar ruim drie maanden in het coronacentrum gewerkt. Wat me in die tijd het meest heeft geraakt, waren de angst en de wanhoop in de ogen van de patiënten die binnenkwamen. Vaak te moe en benauwd om zelfs te kunnen praten. Het allermoeilijkste was dat hun dierbaren, zeker in het begin, niet bij ze mochten. Onmenselijk, voor hen én voor hun naasten.

Wij als zorgmedewerkers vonden dat trouwens ook heel zwaar. We hielden familieleden dagelijks op de hoogte. En als ze daar lichamelijk toe in staat waren, konden patiënten met hun naasten beeldbellen. Maar dat haalt het natuurlijk niet bij echt contact. Omdat alle kamers op de begane grond lagen, kwamen familieleden ook voor de ramen zwaaien. Vaak vloeiden er dan tranen. Als je dat ziet, breekt je hart. In dat soort situaties voelden we ons als verpleegkundigen enorm machteloos. We wilden niets liever dan geliefden herenigen. Maar dat mocht natuurlijk niet.

Wat we op een gegeven moment wél konden doen, was ons gezicht tonen aan onze patiënten. De behoefte aan een connectie, aan echt contact, was zo groot, dat we op een mooie dag besloten de mensen met bed of rolstoel en al naar buiten te rijden. Daar zijn we als medewerkers op ruime afstand gaan staan en hebben we onze mondkapjes even afgedaan. Ook toen kwamen de tranen. Eindelijk zagen de patiënten de mensen achter de maskers. Dat maakte het contact nog intenser.

Dat ze emotioneel werden, geeft wel aan hoe ingrijpend gedwongen afstand en afzondering is. Die raken je in de kern van je menszijn. Ik ben er trouwens van overtuigd dat dat doorwerkt in de lichamelijke gezondheid. Je bent immers zoveel méér dan je lijf. Het mentale welzijn en je omgeving zijn minstens even belangrijk voor je geluk. En ook daar heeft corona een enorme impact op. Helaas is juist voor dat soort zaken in de zorg nu vaak weinig tijd. In plaats van eenmalige bonussen uit te delen, zou ik dus liever zien dat er structureel meer geld komt voor die aspecten van het werk. Uiteindelijk wordt iedereen daar beter van."

Pas toen ik de verantwoordelijkheid kon loslaten, kwamen de vermoeidheid en de emoties.

Veranderd
"Op 1 juni waren de patiëntenaantallen landelijk zodanig gezakt, dat we het coronacentrum - in elk geval tijdelijk - konden sluiten. Daarna ben ik twee weken in quarantaine gegaan, voordat ik naar mijn normale werk terugkeerde. Thuis op de bank merkte ik pas hoe uitgeput ik was. Zolang ik in de achtbaan zat en de adrenaline mijn werk deed, stoomde ik op volle kracht door. Pas toen ik de verantwoordelijkheid kon loslaten, kwamen de vermoeidheid en de emoties.

We hebben in het coronacentrum veel ellende meegemaakt — een derde van de patiënten die we er verpleegden, is overleden. Maar óók heel veel mooie momenten gedeeld. Met patiënten en hun families. En als zorgpersoneel met elkaar. Nog altijd hebben we als medewerkers contact via een eigen WhatsApp-groep. Zodra de maatregelen het toelaten, organiseren we een reünie. We hebben tenslotte iets unieks gedeeld samen. Ik vind het fantastisch dat ik daar een steentje aan heb kunnen bijdragen.

Inmiddels ben ik alweer een tijdje terug op mijn oude stekkie in het woonzorgcentrum. Mijn werk is inhoudelijk niet wezenlijk veranderd, maar ik merk wel dat de bewoners daar óók te lijden hebben onder de gevolgen van corona. Ik durf best te stellen dat het gebrek aan menselijk contact voor hen net zo goed traumatisch is. Veel meer mensen dan voorheen zijn erg somber, en voelen zich eenzaam. Het verborgen leed is groot.

Wat mezelf betreft heb ik het afgelopen jaar zoveel bijgeleerd. Over mijn vak natuurlijk. Maar ook dat ik meer aankan dan ik dacht. De ervaring heeft me sterker en zekerder gemaakt. En daarmee een betere verpleegkundige."

Scrollen